Cordon lapidaire
De munt in haar vuist:
niet wat we hier gebruiken
ter betaling.
Wat zij omklemt is dat
waarop zij spuugde,
waarop zij haar lichaam wreef:
een gloed die nu is verdwenen.
Zij ligt onthutst gekeerd
in wat zij lang vermeed:
ijsafzetting.
Kegelvormig is haar adem.
Haar rok een ronding:
aaibaar ding
en snijdend vlak.