|
Poëzie verricht tastwerk. Vaak tot diep onder de huid van de alles toedekkende tijd. Zoals de archeoloog zijn vondsten opgraaft, zo maakt de dichter incisies in het glad opgespannen vlies van eeuwenlange vergetelheid, waaronder het banale, het intieme, het bedroevende of het beschamende het 'bestaan' van een sluimerdood heeft aangenomen.
In "Notaris van de kleine akker" verleent Toon Vanlaere de ondergewaaide en vergeten getuigen van een verrassend veelzijdige menselijke wereld een nieuwe tijd. De wasbak, de speld, het vruchtbaarheidsbeeldje, de urne, de zuilen - ze krijgen in deze bundel de gelegenheid hun eigen schuilplaats te ontdekken en het waarom van hun ondergrondse voortbestaan zelf toe te lichten. De dichter-archeoloog kijkt verbaasd toe hoe het er allemaal - hoewel geofferd, verbruikt en verzwegen - nog wil zijn. Hij zoekt een taal die haar kracht puurt uit het restant, en laat deze taal vervolgens weer verijlen tot een spaarzame dichtbundel, waarin de geschiedenis zelf haar eeuwenoude kernen blootlegt.
"Krachtige gedichten, die in een spaarzame en uitgepuurde taal de onvatbaarheid van het bestaan oproepen. Hoe de wentelgang van de tijd alles en iedereen in zijn greep houdt, maakt Vanlaere ook duidelijk door de bedachte compositie van zijn bundel." (Kunsttijdschrift Vlaanderen)
|
|